In de omgeving is bijzonder veel te doen.
Van verdwalen in het Forêt de Tronçais tot het afstruinen van de marktjes in de pittoreske dorpjes. Voor ieder wat wils.
Hieronder een aantal voorbeelden, maar er is nog zoveel meer te doen in de prachtige Allier.
Het Forêt de Tronçais
Met ruim 10.500 hectare het grootste eikenbos van Europa.
Hier kun je eiken van honderden jaren oud tegenkomen, met omvangen van enkele meters.
In de diverse meren die het bos aanbiedt, kun je heerlijk zwemmen.
De meest voorkomende boom is de wintereik. Daarnaast zijn er een aantal beukensoorten, een aantal dennesoorten en nog wat andere loofbomen die de diversiteit bepalen.
Deze diversiteit van het bos, biedt onderdak voor verschillende soorten dieren, zoals het ree, het edelhert en het wild zwijn.
Veel voorkomende vogels zijn de buizerd, dwergarend en de havik.
Het oudste gedeelte van het bos, Futaie de Colbert genaamd, is na 1976 hersteld in de toestand, die het ook in 1670 gehad moet hebben. Van dit 73 ha. omvattende gebied wordt 13 ha. zoveel mogelijk met rust gelaten.



Étang de Pirot
Kunstmatig meer dat in 1846 werd aangelegd om water te leveren aan het Canal de berry.
Dit is een historische waterweg die de Loire en de Cher met elkaar verbond en heeft een oppervlakte van 78 hectare.
Hier kun je tijdens het wandelen genieten van het uitzicht op het water, het bos en de wilde dieren.
Een ideale bestemming voor een verfrissende rustige wandeling.
Lurcy-Lévis
Kleine stad op het platteland van Bourbon, bekend om zijn klompenmachine en wielerbaan, een van de oudste in Frankrijk. Aan de poorten van de stad mag je Street Art City niet missen, een plek gewijd aan stedelijke kunst in een voormalig PTT-opleidingscentrum. Mooie overdekte markt en romaanse kerk typisch voor de streek.

Restanten van de donjon van Jouy
Nabij Étang de Javoulet liggen de overblijfselen van de Jouy-toren in Sancoins.
Deze historische plek biedt een kijkje in het verleden met goed bewaarde torenruïnes en eeuwenoude architectuur.

Abdij Noirlac
De abdij is een schitterend stukje bouwkunst uit de 12e eeuw.
Een perfecte afspiegeling van de cisterciënzer stijl met het strakke ontwerp, de eenvoud van de architectonische vormen en de sobere versieringen. Volgens de cisterciënzer regels moest de monnikengemeenschap strikt gescheiden zijn van die van de conversen. Dit is het geval in Noirlac, waar de gebouwen georganiseerd zijn rond de kloostergang. Oostelijk bevindt zich de monnikenvleugel met de slaapzaal, de kapittelzaal en verwarmde zaal; westelijk, het eenvoudige conversengebouw. In de monumentale abdijkerk en de eetzaal schijnt natuurlijk licht door de eigentijdse roosvenster en glas-in-loodramen, ontworpen door de artiest Jean-Pierre Raynaud.
Sinds 2008 is het een cultureel ontmoetingscentrum (centre culturel de rencontre), met een rijk programma voorstellingen en exposities voor hedendaagse kunst.
